Je skiet al een paar dagen heerlijk over blauwe pistes en krijgt steeds meer vertrouwen. Totdat je ineens op een blauwe afdaling staat die een stuk lastiger blijkt dan verwacht. Smal, ijzig, vol bochten of gewoon ontzettend lang. En die brede rode piste van gisteren? Die skiede eigenlijk veel gemakkelijker! Hoe kan dat?
In het kort
- De kleur van een piste geeft de officiële moeilijkheidsgraad aan, maar zegt niet alles over hoe lastig de afdaling aanvoelt.
- Breedte, lengte, bochten, sneeuwcondities en drukte maken een groot verschil.
- De regels voor pistekleuren verschillen per Alpenland, vooral in Frankrijk.
Wat bepaalt eigenlijk de kleur van een piste?
Blauw, rood of zwart: pistekleuren zijn bedoeld om aan te geven hoe moeilijk een afdaling is. Daarbij speelt vooral de hellingsgraad een belangrijke rol. In Oostenrijk geldt bijvoorbeeld dat een blauwe piste normaal gesproken een hellingspercentage van maximaal 25% heeft. Bij een rode piste ligt de grens op 40%. Steilere pistes worden zwart gemarkeerd. Korte uitzonderingen zijn toegestaan.
Maar de hellingsgraad is niet het enige wat bepaalt hoe gemakkelijk of moeilijk een afdaling is. En dat merk je vooral wanneer je nog niet zo lang skiet.
Waarom voelt de ene blauwe piste moeilijker dan de andere?
Zelf vind ik de breedte van een piste ontzettend belangrijk, zeker voor beginners. Op een brede afdaling heb je alle ruimte om rustig je bochten te oefenen. Een smalle blauwe piste kan daardoor een stuk lastiger aanvoelen, ook wanneer deze helemaal niet zo steil is.
Wat ik bovendien niet ideaal vind voor beginnende skiërs, zijn pistes met veel bochten en gedeelten die zijwaarts aflopen (zoals op de foto bovenaan dit artikel). Tijdens het oefenen is een gelijkmatige afdaling die zoveel mogelijk in de vallijn ligt vaak veel prettiger. Je kunt dan rustig je eigen bochten maken, zonder dat de piste steeds van richting verandert of naar één kant helt.
Ook de lengte speelt een rol. Toen ik skiles gaf in Fai della Paganella, in Italië, hadden we daar vroeger een ontzettend lange blauwe afdaling. Met jonge kinderen konden we daar aan het begin van de week bijna een volledige skiles van twee uur mee vullen. Niet omdat de piste technisch zo moeilijk was, maar omdat alles tijd kostte. Bochten oefenen, stoppen, uitrusten en weer verder. Bovendien worden je benen op een lange afdaling steeds vermoeider. En natuurlijk moest er altijd wel een kindje plassen… Inmiddels is de situatie daar aangepast, waardoor het een stuk prettiger is voor de kids, beginners én de skileraren.
Sneeuwcondities en drukte maken een enorm verschil
Misschien vind ik de sneeuwcondities persoonlijk wel de belangrijkste factor. Vooral in de loop van de dag kan een piste flink veranderen. De sneeuw wordt verschoven, er ontstaan hopen en op sommige plekken komt een harde, gladde ondergrond tevoorschijn. Voor beginners kan dat behoorlijk lastig zijn. En wat dacht je van verse sneeuw op de piste? Want 30 centimeter vers is prachtig, maar maakt het skiën vaak een stuk lastiger, omdat de sneeuw nog moet “zetten” en “inklinken”. Evenals als papsneeuw door warmte; de natte bulten maken een blauwe piste ineens een flinke uitdaging.
Overigens hebben blauwe pistes hier wel juist een voordeel. Doordat ze vaak minder steil zijn, blijven ze onder vergelijkbare omstandigheden regelmatig langer mooi en ontstaan er minder snel grote sneeuwbulten dan op rode of zwarte pistes.
Drukte op de piste
Drukte speelt bij het ontstaan van bulten en ijsplaten overigens ook een enorme rol. Hoe meer mensen er over een piste gaan, hoe sneller deze in kwaliteit achteruit gaat.
Een brede blauwe piste is heerlijk om op te carven, maar niet wanneer je voortdurend rekening moet houden met skiklasjes, onverwacht stoppende wintersporters en mensen die kriskras over de afdaling skiën. Dan kan een rustige rode piste ineens veel prettiger zijn.
Een rode piste met blauwe stukken
Andersom kan het natuurlijk ook. Ik heb regelmatig rode pistes geskied waarvan ik grote gedeelten eigenlijk prima blauw zou vinden. Een mooi voorbeeld is een rode piste 36 op de Pitztaler Gletscher met een ontzettend lastig begin. Het eerste stuk is zo steil dat het wat mij betreft bijna zwart zou kunnen zijn. Daarna volgt nog een kort rood gedeelte, maar vervolgens ski je hele lange stukken die naar mijn gevoel gemakkelijk als blauw geclassificeerd hadden kunnen worden.
Dat laat goed zien dat één piste behoorlijk kan variëren in moeilijkheidsgraad. Een rood gemarkeerde piste hoeft niet van boven tot onder even uitdagend te zijn. Omgekeerd kan één pittig gedeelte op een blauwe piste voor een beginner al een behoorlijke hindernis vormen.
Zijn blauwe pistes in Frankrijk moeilijker dan in Oostenrijk?
Ik heb zelf weleens het gevoel dat blauwe pistes in Frankrijk pittiger kunnen zijn dan in Oostenrijk. Zeker wanneer je gewend bent aan Oostenrijkse blauwe afdalingen en vervolgens voor het eerst in een Frans skigebied gaat skiën.
Dat gevoel is niet helemaal uit de lucht gegrepen, want de classificaties verschillen per land.
- Oostenrijk: blauw tot 25% helling, rood tot 40% en zwart voor steilere pistes. Korte uitzonderingen zijn mogelijk.
- Zwitserland: hanteert eveneens de bekende grenzen van 25% voor blauw en 40% voor rood.
- Italië: gebruikt ook grotendeels dezelfde hellingspercentages.
- Frankrijk: heeft vier kleuren in plaats van drie. Groen is voor de gemakkelijkste pistes, blauw voor middelzware, rood voor moeilijke en zwart voor zeer moeilijke pistes. De indeling is gebaseerd op onder meer het hellingsverloop en de technische moeilijkheid, zonder dezelfde vaste hellingspercentages zoals in andere wintersportlanden.
Dat betekent overigens niet dat een Franse blauwe piste automatisch moeilijker is dan een Oostenrijkse. Maar door die extra groene categorie en de andere manier van classificeren kan het verschil in de praktijk wel merkbaar zijn.
Een bekende piste voelt altijd gemakkelijker
Wat volgens mij ook een grote rol speelt, is hoe goed je een piste kent. Een blauwe afdaling die je al tien keer hebt geskied, voelt vaak een stuk gemakkelijker dan wanneer je er voor het eerst staat. Je weet waar het steilere stukje komt, welke bocht lastig is en waar je even rustig aan moet doen. Op een onbekende piste weet je niet wat je te wachten staat. Vooral voor beginners kan dat behoorlijk spannend zijn.
En juist daarom vind ik het belangrijk dat beginnende skiërs zich niet blindstaren op kleuren. Dat je één blauwe piste zonder problemen afdaalt, betekent niet automatisch dat je alle blauwe pistes aankunt. Kijk ook naar de lengte, breedte en het verloop van de afdaling. Vraag eventueel advies aan een skileraar of iemand die het skigebied goed kent. Want uiteindelijk zegt de kleur iets over de piste, maar niet alles over hoe jij die piste ervaart.