Je hebt van die dagen op wintersport dat je ’s morgens naar buiten stapt en er een grote, grijze waas boven het dal hangt. De toppen van de bergen zijn niet te zien, maar als je eenmaal uit de lift stapt, schijnt de zon volop en is ook de temperatuur aangenaam. Dikke kans dat je te maken hebt met ‘Hochnebel’, een verschijnsel dat vooral in de herfst en winter voorkomt. In dit artikel lees je wat Hochnebel is, waarom het soms dagen blijft hangen en hoe je toch van zonnige skidagen geniet.
In het kort:
- Hochnebel ontstaat door koude, vochtige lucht die in de dalen blijft hangen, terwijl de lucht erboven droog en warmer is. Vaak bij hogedrukweer.
- De wolkengrens is de sleutel: plan je dag op basis van de hoogte waarop je boven de wolken uitkomt.
- In/onder Hochnebel heb je vlak licht en beperkt contrast; boven de laag is het zicht meestal perfect.
Wat is Hochnebel?
In de winter- en herfstmaanden kun je op wintersport te maken krijgen met Hochnebel, letterlijk hoge nevel of stratuswolken genoemd. Dit ontstaat wanneer koude, soms ook vochtige lucht zich in de dalen ophoopt, terwijl de lucht in de bergen juist droger en warmer is. Het lijkt net alsof het dal ‘op slot’ zit: het zicht is grauw en diffuus en het is koud. Soms valt er uit deze mistlaag zelfs wat motregen of sneeuw. Eenmaal boven word je verrast door een strakblauwe hemel en stralende zon – typisch hogedrukweer. Duitsers omschrijven dit precies zoals het is: ‘oben blau, unten grau’.
Hochnebel wordt in het Frans stratus bas of nuage bas genoemd en strati bassi, nubi basse of nebbia di valle in het Italiaans.
Wat is het verschil tussen Hochnebel en andere mistsoorten?
Gewone mist ligt op de grond: de wolk raakt het oppervlak, waardoor het zicht in het dal of dorp direct slecht is. Hochnebel is een laag grijze bewolking (stratus) die als een deken boven het dal hangt of net boven de bodem “zweeft”. Het kan langer aanhouden en zich minder goed verspreiden dan andere mistsoorten. Bovendien is het vaak hardnekkig en trekt het maar moeilijk volledig weg. Een ontmoedigende situatie, maar met één voordeel: boven de mistlaag schijnt de zon! Ook in Nederland kun je met Hochnebel te maken krijgen, maar dan in de vorm van stratuswolken. Wij hebben helaas geen bergen, dus kun je niet zoals op wintersport boven de mistlaag uitkomen.
Hoe ontstaat hochnebel?
Hochnebel ontstaat wanneer er boven de bergen een hogedrukgebied ligt. We hebben te maken met dalende lucht die steeds meer uitdroogt en opwarmt. Tegelijkertijd blijft er juist een koude, vochtige lucht in de dalen hangen. Die kan moeilijk ontsnappen en wordt versterkt door nachtelijke afkoeling. Precies op de grens van beide luchtsoorten ontstaat een dikke wolkenlaag: Hochnebel. De grens tussen zon en wolken kan wisselen met de dag en ook per locatie. Bovendien zijn de temperatuurverschillen groot, vaak wel een graad of 10. Er zijn verschillende factoren die de kans op Hochnebel vergroten:
- Hogedruk en weinig wind. Bij hogedruk is de atmosfeer stabiel. Er is weinig menging tussen de luchtlagen en dus ook weinig “verticale beweging” die vochtige lucht kan afvoeren. Dat maakt de kans groter dat bewolking in dalen blijft hangen.
- Inversie: koud onder, warmer erboven. Normaal wordt het kouder naarmate je hoger komt. Bij inversie gebeurt het omgekeerde: de lucht in het dal is kouder dan de lucht erboven. Die warmere laag werkt als een soort deksel, waardoor de kou in het dal blijft hangen. Op de grens vormt zich vervolgens stratus: de typische hochnebel-deken.
- Stabiele omstandigheden. Weinig wind en veel zon met heldere, koude nachten.
Waarom blijft het soms dagen hangen?
In de Alpen kun je soms dagenlang te maken hebben met Hochnebel. Zeker onder invloed van hogedruk en bij stabiele weersomstandigheden met weinig wind. Vaak merk je het vooral in de ochtenduren en trekt het daarna weg, maar het kan soms ook hardnekkig zijn en de hele dag aanhouden. Het komt vooral voor in de herfst en winter, als de temperaturen ’s nachts flink dalen, de nachten helder zijn en de luchtvochtigheid in het dal hoog is. Hochnebel kan zichzelf versterken: overdag is de zon in de winter minder krachtig en in het dal komt het licht vaak niet goed door die grijze laag heen. Daardoor warmt de lucht onder de wolkenlaag weinig op en blijft de inversie in stand. Zolang er geen weeromslag komt, kan de wolkenlaag verrassend lang blijven liggen.
De wolkengrens: jouw belangrijkste “weergetal” bij Hochnebel
Gelukkig hoeft Hochnebel je skidag niet te verpesten. Alles draait om de vraag: tot welke hoogte is het grijs? Oftewel wat is de bovengrens of in het Duits ‘Obergrenze’? De wolkengrens kan per dag en regio verschillen. Soms kom je al rond 500-700 meter hoogte boven de wolken uit, de andere keer pas na 1500-2000 meter hoogte. Dit kun je in de meeste bergweerberichten teruglezen. En denk je ’s morgens ‘he, nee mist!’, check altijd even de webcams op hoogte!
Wat merk je op de piste?
Buiten de duidelijke wolkendeken, die je kunt zien als je boven de nevel uitkomt, zijn er nog een aantal dingen die je als wintersporter merkt op de piste bij Hochnebel.
- Het licht is vlak en er is minder contrast. Je ziet minder goed diepte als je aan het skiën bent. Dat kan het skiën zwaarder of lastiger maken.
- Wisselende temperaturen. Kou in het dal (temperaturen onder het vriespunt) en juist warmer op hoogte (temperaturen boven het vriespunt). Soms wel 10 graden verschil!
- Pistes: harder onderin, zachter bovenin. De zon komt niet door de wolkenlaag heen en het blijft dus langer koud. Boven kunnen de pistes ’s middags al wat zachter zijn, terwijl ze in de dalen nog hard zijn.
Tips om toch van de zon te genieten bij Hochnebel
- Kies een skigebied met pistes op hoogte. Een skigebied met veel pistes boven de 1800-2000 meter is niet alleen sneeuwzeker, maar ook ideaal bij Hochnebel. Wil je skiën in de zon? Dan moet je de hoogte in en boven de mistgrens uitkomen.
- Check de webcams. Grijs en grauw in het dorp? Check even hoe de webcams boven zijn. Wie weet schijnt de zon daar wel!
- Een strategische start. Koers snel naar het hoogste punt van het skigebied en blijf in de ochtenduren hoog. Vaak trekt de mist rond het middaguur weg en kun je dan ook van de dalafdalingen genieten.
- Verschillende lenzen voor je skibril. Op dagen met Hochnebel kan het fijn zijn om van lens te wisselen. Skibril: soorten en kooptips ›››
- Pas je tempo aan. Kom je toch onder de mistlaag terecht? Pas je tempo aan. Vlak licht maakt verrassingen lastiger zichtbaar.
Hochnebel is misschien niet ideaal, maar het is vooral afhankelijk van de timing en de locatie. Snel de hoogte in en niet je skidag laten verpesten door mist. Geniet vooral van dit soort majestueuze uitzichten!